175. WERKEN.

Ik woon op de zevende verdieping van een appartementsblok die sinds december in de stellingen hangt. Betonrot, zeggen ze. De terrassen moesten helemaal vervangen worden. En omdat ik niet buiten kan, heb ik de hele operatie van begin tot bijna einde gezien. Vanop mijn veilige hoogte heb ik arbeid gezien zoals je ze nog zelden ziet: écht, tastbaar, luid, stoffig, en zonder pauzeknop.
's Morgens worden die mannen gelost uit busjes, alsof het een soort menselijke levering is. Frans, Arabisch, Duits, Hollands, en nog iets dat ik niet kan thuisbrengen. Mannen die zich uit de naad werken, letterlijk. Ze klimmen als apen van het ene verdiep naar het andere, met een gemak dat mij al duizelig maakt als ik eraan denk. Rond de middag zitten ze op mijn terras, rug tegen de muur, brooddoos open, stilte. Arbeid heeft geen woorden nodig.
En dan denk ik aan de andere soort arbeid, die van de politiek. Daar komen ze na een nacht 'vergaderen' naar buiten, met wallen onder de ogen en een microfoon onder de neus. Ze zeggen dat ze 'hard gewerkt hebben', maar dat er nog niks beslist is. Dat het parlement zijn zegen nog moet geven. Ondertussen is er eten en drinken aangevoerd, staan er bedden klaar, is er een chauffeur die wacht, en een auto die meer kost dan mijn hele verdieping.
Ik wil niemand aanvallen. Maar soms moet een mens gewoon benoemen wat hij ziet. België heeft zeven ministers die elk een stukje van milieu of klimaat beheren. En negen voor gezondheid. Negentien burgemeesters voor één stad. Procureurs, provincies, gewesten, gemeenschappen, arrondissementen, intercommunales, en dan nog een paar structuren waarvan ik de naam altijd vergeet. Versnippering, noemen ze dat. Ik noem het een put. Een put waar niemand nog uit raakt.
Terwijl mijn terrassen worden uitgebroken, lijkt het land hetzelfde te doen: alles eruit, alles open, alles bloot. Alleen wordt er boven mijn hoofd tenminste iets terug opgebouwd. De mannen die hier werken, maken vooruitgang die je kunt zien. Elke dag verandert er iets. Een balk weg, een nieuwe balk erin. Beton dat droogt. Een stelling die verschuift. Arbeid die resultaat heeft.
Beneden, in de politieke put, blijft alles zoals het was. Er wordt gepraat, gewikt, gewogen, en vooral gewacht. Misschien moeten ze eens zeven hoog komen zitten. Misschien moeten ze eens kijken hoe arbeid eruitziet wanneer ze niet in vergaderzalen wordt verstopt.
Handwerk en kopwerk zijn twee verschillende bezigheden, dat is een feit. Maar wat ik hier zeven hoog zie, gaat vooruit: kort overleg, een knik, en ze gaan weer door. Soms denk ik: ik zal die politiekers eens uitnodigen voor een lekker tasje koffie met een Antwerps handje. Maar misschien toch liever niet. Ik vrees dat ze hier gaan vergaderen en tot een kot in de nacht in mijn kot blijven babbelen.
