174. GESLAAGD/GEBUISD.

Snij eens in je vinger. Wat zie je? Rood. Altijd rood. Helder rood als je net buiten bent geweest, donkerder rood als je te lang binnen hebt gezeten, maar toch altijd: rood. En toch doen wij mensen al eeuwen alsof er zoiets bestaat als 'blauw bloed'. Koninklijk bloed, adellijk bloed, bloed dat zogezegd iets meer waard zou zijn dan het uwe of het mijne. Maar snij een graaf in zijn vinger en wat zie je? Juist: rood. Geen kroon die daar iets aan verandert.
Het echte blauwe bloed, dat zit niet in kastelen, maar in octopussen, krabben en slakken. Die lopen rond met hemocyanine in hun aders, een koperhoudend eiwit dat hun bloed blauw kleurt. Een octopus zou dus nooit in de rij staan bij het Rode Kruis. Die zou ergens in een hoekje zitten, zich afvragend waarom iedereen zo hysterisch doet over 'universele donoren', terwijl hij zelf een buitenbeentje is.
Maar goed, wij mensen hebben het simpel gehouden: rood. En toch hebben we er een heel systeem rond gebouwd. Vroeger niet, toen was een transfusie een soort examen zonder voorbereiding. Je gaf bloed, je wachtte… en dan bleek je 'geslaagd' of 'gebuisd'. Meer mis dan raak. Het was een medische tombola, maar dan zonder prijzen.
Tot meneer Wetenschap op een dag zei: "Ho! Je kunt niet zomaar alles door elkaar gieten." En hij had gelijk. Er bleken verschillende soorten bloed te bestaan: A, B, AB, O en dan nog eens allemaal in positief en negatief. Waarom er een negatieve versie bestaat? Geen idee. Dat is zo'n vraag die je alleen stelt als je de complexiteit van het leven op aarde wil begrijpen, en daar begin ik niet aan voor mijn ochtendkoffie.
Ik weet alleen dit: ik heb O+. Dat betekent dat alle plussen bij mij mogen langskomen voor een portie levensader. Gratis en voor niks. Maar met mate, ik moet nog wat overhouden. Ik ben geen fontein.
En dat brengt me bij iets dat ik vaak denk: Wij zijn de wetenschap een dikke kus verschuldigd. Ze worden soms afgeschilderd als duur, traag, nutteloos. Maar kijk eens wat ze ons gegeven hebben. Een systeem dat levens redt. Een systeem dat ervoor zorgt dat je niet meer hoeft te hopen dat je 'geslaagd' bent na een transfusie. Een systeem dat zegt: "We weten wat we doen." En dat is veel waard.
Lang wachten loont soms. Dat is een uitdrukking die ik vroeger niet begreep. Ik ben niet goed in wachten. Ik ben iemand die denkt: vooruit, vooruit, vooruit. Maar bij wetenschap werkt het anders. Daar moet je wachten. Daar moet je geduld hebben. Daar moet je vertrouwen dat iemand ergens in een labo iets aan het uitzoeken is dat later jouw leven kan redden. En dat vind ik eigenlijk een mooie gedachte.
Dus ja, ik ben blij dat ik O+ heb. Blij dat ik in geval van nood een hele rij plussen kan helpen. Blij dat mijn lijf, zonder dat ik er iets voor moet doen, een soort stille helper is. En blij dat wetenschap ons heeft geleerd hoe dat allemaal werkt. Dat bloed niet zomaar bloed is. Dat rood niet zomaar rood is. Dat compatibiliteit geen romantische term is, maar een levensreddende.
En ergens, diep vanbinnen, ben ik ook blij dat er octopussen bestaan met blauw bloed. Gewoon omdat het de wereld een beetje absurder maakt. Een beetje speelser. Een beetje minder voorspelbaar. En dat is altijd welkom.
