173. BESUCH AUS ROSENBURG.

Er bestaan meer dan vijfhonderd manieren om te zeggen dat ge uw maandstonden hebt. Vijfhonderd. Dat is veel voor iets dat gewoon gebeurt. Maar blijkbaar hebben we liever een invasie, een delegatie of een biefstuk dan een eerlijk woord.
De Fransen hebben: 'Les Anglais ont débarqué dans ma culotte'. De Engelsen zijn geland in mijn slip. Een militaire operatie, alsof mijn onderbroek een strategische kustlijn is.
De Duitsers hebben: 'Besuch aus Rosenburg'. Een bezoek, alsof ge een delegatie moet ontvangen met koffie en koekjes.
En de Spanjaarden: 'Decongelar el bistec'. Het ontdooien van een biefstuk. Ik blijf erbij: als mijn baarmoeder een diepvries is, dan is het een slecht onderhouden exemplaar. Maar wat mij het meest treft, is niet die humor. Het is het zwijgen.
In het vierde leerjaar zagen we onder de bank van een klasgenootje een plas bloed liggen. Stilte. De juf werd wit. Het meisje werd weggehaald in een haastige paniek. Wij, haar klasgenootjes mochten niet weten wat er was gebeurd: haar overgang van meisje naar volwassenheid, alsof het hebben van maandstonden een doodzonde was waarover men niet sprak. De volgende dag stond ze daar terug alsof er niets gebeurd was. Geen uitleg. Geen geruststelling. Gewoon verder doen. En wij zaten daar met onze kinderlijke logica: hoe kan iemand dood zijn en toch terugkomen?
Jaren later, in het middelbaar, vroegen we aan de jonge leerkracht zedenleer of ze ons wat seksuele voorlichting wilde geven. Ze wilde dat graag, maar het mocht niet. Als uw ouders niets zeiden, bleef je gewoon onwetend achter. En dan moest ge het doen met biefstukken, delegaties en Engelse soldaten in uw slip.
En dat is het punt: 'het bloeden' moet eindelijk uit de taboesfeer gehaald worden. Vijfhonderd woorden voor maandstonden, dat is nu eenmaal hoe taal werkt. Er zijn ook net zoveel woorden om gewoon penis en vagina te zeggen. Maar laten we gewoon als info de dingen noemen zoals ze heten. Het zou zo veel eenvoudiger zijn: geen invasie, geen bezoek en geen ontdooide biefstuk. Gewoon: "Ik heb mijn regels", punt andere lijn.
Elke maand opnieuw: een buik die zwelt, een lijf dat zich beschermt, een ongemak dat ge niet kunt uitzetten, en een pijn die ge niet wilt dramatiseren. En toch moeten vrouwen doen alsof er niks gebeurt. Terwijl iemand oneerbiedig grinnikt: "Allez, 't is weer van da. Met die is er vandaag niks aan te vangen." Maar, het is er, elke maand opnieuw en opnieuw, tot de hormonen ermee ophouden en vrouwen in onze maatschappij gewoon in een ander hoofdstuk terechtkomen, ook dat zonder keuze.
En dus ja: dit is een ode. Aan alle vrouwen, overal ter wereld, die elke maand verder doen alsof er niks aan de hand is. Die werken, zorgen, lachen, plannen, vergaderen, opvoeden, liefhebben, terwijl hun lijf een halve fabriek draait. Zonder drama. Zonder applaus. Maar wel met verdienste van het ondergaan.
