172. GROMMEL.

Mag ik mij voorstellen? Mijn naam is Grommel. Ik ben rioolvuilvreter en mijn beroep staat niet op de loonlijst van de stad. Op een dag viel ik in een rioolput, keek eens rond en dacht: dit is mijn roeping. Sindsdien zwem ik hier rond en eet wat er passeert, een soort all‑you‑can‑eat‑buffet.
Vandaag is het uitzonderlijk proper. Ik zucht diep, dat gebeurt niet vaak. Ik ben kapot, en ik zit nog net niet op mijn gat om efkes te bekomen… of ik voel het aan mijn water dat er iets aankomt om de boel te verzieken.
Oef, gelukkig maar: het is zure soep. Amai, dat wordt een feest voor de microben, die worden daar helemaal zot van. Die zingen, die dansen en storten zich op die zurigheid zoals nagels aan een magneet.
't Is niet waar hé, allez, nu gieten ze hier nog een volle bidon alcohol op onze kop. Dat is gemakkelijk op te ruimen, daar zijn we op getraind, met één groot nadeel: de microben worden er poepeloere zat van. En boos op ze worden? Och mens, dat helpt geen knijt. Die mogen zich toch ook eens amuseren. Wij zijn hier beneden altijd maar aan 't werken en aan 't ploeteren, en als wij dan een overschot aan lekkers vinden, dan zwijgen we als een graf.
Maar er zijn ergere dingen dan alcohol of soep. Sanitaire doekjes, oh jee, die zijn onoplosbaar. Daar doen we zelfs geen moeite meer voor. Want zeg nu eens: welke onnozelaar bedenkt zo'n doekje om kak op te ruimen terwijl het zelf onopruimbaar is? Zijn die daarboven achterlijk of wat. Die dingen worden verzameld en gaan stil de verbrandingsoven in, alsof ze beschaamd zijn voor hun bestaan. Ik benijd ze niet. Geef mij maar zure soep of een bidon alcohol.
En tja, dat stopt hier nooit hé. Ik ruik het al van ver: ammoniak. Daar wordt niemand vrolijk van, zelfs de microben niet. Die vallen stil alsof iemand de muziek heeft uitgezet. Ammoniak is geen feest, dat is gewoon een klap in ons gezicht en overuren. Maar als er eens wat voorbijkomt, zoals een dode goudvis bijvoorbeeld, dan houden we een minuutje stilte. Dat is het enige dat we voor hem kunnen doen.
Soms denk ik: ik ga staken. Of ik schrijf een brief naar de minister van Milieu. Maar eigenlijk ben ik maar een rioolvreter. Niemand luistert naar Grommel. Dus ik zucht, ik ploeter voort, en ik hoop dat ze hierboven ooit eens beseffen wat ze allemaal naar beneden sturen. Tot dan doe ik gewoon verder, want iemand moet het hier proper houden.
De riolen van Antwerpen bezoeken.
Wie zelf wil afdalen in het ondergrondse Antwerpen kan terecht bij De Ruien. Vertrekpunt: Ruihuis, Suikerrui 21. Rondleidingen lopen dinsdag t.e.m. zondag. Info en reservaties: www.deruien.be – 03 344 07 55.
