167. COLOMBUS.

Columbus ontdekte Amerika in 1492. Wim Lybaert ontdekt in 2026 Europa met zijn Colom‑bus. Ik heb tien jaar met een camper door Europa gereisd en kan u verzekeren: het idyllische plekje dat bij hem altijd klaarstaat, ondergaande zon, tafeltje, glas wijn, stilte, dat bestaat in het écht zelden of nooit. Eerlijk gezegd voel ik mij soms meer Columbo dan Columbus: altijd nog één vraag, meestal waar ik water kan vinden. "Just one more thing" (nog één ding). Spijtig dat Columbo er niet meer is, die zou het kraantje wél vinden.
Wat Wim ook nooit toont, is dat elke voorraad in een camper zijn eigen leven leidt: water, gas, benzine, eten, was, het chemisch toilet, geen van die dingen loopt synchroon. Er is altijd wel íets dat aangevuld moet worden. Ge vult de tank met water, hop we go, en vijftien minuten later staat ge aan de kant zonder benzine. Ge koopt eten, en plots is het gas op. Ge giet dat blauwe spul, Aqua Kem Blue, in het chemisch toilet, en ineens knippert het lampje dat er geen water meer is. Zo gaat dat: één ding opgelost, drie andere die mij uitlachen. Maar zolang er leven is, is er hoop, en als ik geen chaos wilde, was ik beter thuisgebleven.
Een idyllisch stadje, besneeuwde bergen, een rustig meer en wij met onze camper. We zijn nog maar net het stadje binnen en een bord staat daar al te lonken: "Benvenuti viaggiatori, qui la vita respira piano" (Welkom reizigers, hier ademt het leven zacht). Wij blij. Eigenlijk zou ik Wim eens willen vragen of hij een aparte neus heeft voor parkeren en overnachten. Want ja, ook hier weer: niks, twee keer niks, nog eens rondrijden en nog eens rondkijken en tenslotte op een parkeerplaats belanden, betalend max. 24 uur en met de melding: 'Vietato il pernottamento' (verboden te overnachten). We doen of we dat niet gezien hebben.
We lopen een trattoria binnen waar de patron ons onthaalt alsof we familie zijn. Zo'n trattoria waar de tijd heeft stilgestaan, waar het aroma van basilicum, look en parmigiano tot in de gordijnen hangt. We krijgen een glas vino della casa (huiswijn) en een bord dampende pasta, Italiaanse gewone kost, maar hier met een aroma aan typische kruiden die ge in heel België, van de kust tot in de Ardennen, niet vindt. En terwijl we in stilte ons bord leeg sloeberen, speelt op de achtergrond zachtjes het liedje "Amore per sempre" (liefde voor altijd), het zegt precies wat wij nu, met onze mond vol hartige pasta, niet kunnen zeggen.
Met ons buikske vol wandelen we langs het meer. De zon gaat onder in een rode gloed en uit een balkonnetje klinkt een vrouwenstem die zingt over de liefde of over de lente, maar het kan even goed over haar kat zijn. Ons Italiaans beperkt ons tot goede morgen, dag, adios. Ah ja, bedankt, dat moet er ook bij.
Wij stappen verder, richting camper, en daar staat hij weer: 'Vietato il pernottamento' (verboden te overnachten). We kijken naar elkaar, we kijken naar het bord, en we doen wat elke camperreiziger zou doen: we doen of we dat niet gezien hebben. Sjjjj… sjjjj… we kruipen stilletjes op ons sokken onder de slagboom en kruipen op handen en voeten naar onze camper. Niks te zien, niks te horen, allez, waarom zouden wij hier niet mogen slapen? Camper open, stilletjes, niemand mag ons zien of horen. Zonder licht, uitkleden, en dromenland in. Gelukt, wij gelukzakken!
Zes uur 's morgens, een harde klop: Polizia aan de deur. Maar wat was die man vriendelijk? Wij deden het bijna in ons broek van de schrik. Een boete? Een gevangenis? We wisten niet wat er precies aan ons vergrijp vast hing. Hij zei dat we stante pede moesten vertrekken en hij lachte en zei: hé, ik heb jullie wel zien binnenkruipen. Hij had er zelf plezier in. "Grazie" en weg waren we, in onze pyjama, met een eerste stop zo'n vijftig kilometer verderop om verder te slapen.
Soms moet ge toch al eens buiten de lijntjes kleuren, gewoon omdat het niet anders kan.
