166. UW KAK IS ONS VAK.

08-08-2026


Lieve help, Frieda, een blog over 'KAK'. Hebt ge niks anders meer om over te schrijven? Jawel. Ik heb getwijfeld, en niet zo'n klein beetje. Maar taboes zijn er en 'kak' is zo'n woord dat we niet graag in de mond nemen, toch?

Een mens produceert in zijn leven een paar ton kak meestal in volle privacy. Terwijl het simpel is: als ge niet kakt, gaat ge dood. In sommige landen vragen ze niet hoe het met uw gezondheid is, maar of uw darmen in orde zijn. Niet zo letterlijk: "Hoe is het met uw kak?" maar subtieler: of ge goed verteert en of ge al naar het toilet geweest zijt. Daar is dat basisinformatie.

En eigenlijk begint het al vroeg: als baby krijgt ge applaus voor elke kak die ge produceert. Op een namiddag had ik een prachtexemplaar in mijn potje liggen en wilde ik mijn moeder helpen. Ik frotte mijn product op de buffetkast zoals mama deed met dat bruin goedje uit die blikken doos. Mijn moeder kon er niet mee lachen, maar mijn vader, goh, die lachte zich een bult Het was geen prettig verhaal om horen als het, met alle details, in de familie de ronde deed.

Maar goed. Ik wilde in Zoersel een moestuin starten. En in Zoersel zeggen ze: als wij hier een pier, een regenworm, in de grond vinden, dan staat dat morgen in de gazet. Zo arm is de grond. Dus ik bel voor mest.

"Eén ton?" vraag ik. "Honderd euro," zegt hij.

Hola, dat valt mee.

"En twee ton?" "Honderdtachtig."

Ha, ha, het wordt goedkoper hoe meer ik bestel.

"Vijf ton dan?" "Tweehonderdvijftig."

"Wat moet ik me bij vijf ton voorstellen. Hoe groot?"

Hij zucht. "Mevrouw… ik wil u een hele camion leveren. Negen ton. Driehonderd euro. Maar dan moet ik het nú weten."

En zo lag er ineens negen ton kak op mijn oprit. Vier meter breed, twee meter hoog, met uitlopers die tussen de kasseien kropen en daar de grond bemesten voor madeliefjes en pisbloemen later. En over die geur… (H)eerlijk, ik wil het daar niet over hebben.

En dan is er nog iets waar ik mij al jaren over verbaas: het chemisch toilet van campers. Ik heb er zelf eentje gehad, dus ik weet hoe het werkt. Maar veel mensen beseffen niet dat ge die troep niet zomaar in een rivier of in de natuur kunt kieperen alsof het een gewone kak is die vanzelf oplost. Dat blauwe goedje is geen natuurproduct, dat is vergif die natuur vernietigt.

Ik heb ooit aan een meer gestaan waar, op honderd meter afstand, een onnozelaar zijn kakbak stond uit te spoelen. Hij goot alles vrolijk in het water, terwijl een andere man, ik verzin dit niet, zijn drinkbus vulde twintig meter verder aan dezelfde oever. De ene spoelde zijn darmen uit, de andere vulde ze bij. En niemand die iets zei.

Zolang er leven is, is er kak. Maar we zijn het contact ermee kwijt. We zitten op dat moderne gemak, horen dat gulzig slurpend geluid dat al mijn afval opvreet en denken: weg ermee, opgelost, dag kak. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Kak lost niet op. Hij duikt gewoon elders op, in een rivier, in een meer, of beter bij een ruimingsfirma uit Lier die met zijn slogan: "Uw kak is ons vak" al jaren zegt wat wij liever niet horen.

Share