164. DE SCHUIF.

25-07-2026

Ik solliciteerde voor een job als typiste. Nog geen dag later kreeg ik telefoon dat ik stante pede mocht beginnen. Het was dringend, ze hadden mensen nodig om een job te 'klaren', ja, zo stond het er: klaren. Dat kwam me goed uit, want ik had dringend geld nodig. De volgende dag werd ik rondgeleid door de chef. Zo noemde hij zichzelf ook: de chef. Hij maakte grapjes, lachte te luid en hing voortdurend net iets te dicht bij mij. Ik nam afstand.

We kwamen in een soort loods, zo'n plek waar ze studenten examens laten maken. Grote tafels, allemaal vrouwen eraan. Het soort keukentafel dat mijn grootouders hadden: zwaar hout, en met een schuif voor het bestek die altijd rammelde. Ik werd aan zo'n lege tafel tussen twee vrouwen geparkeerd. Omdat ik nergens een typemachine zag, protesteerde ik. Neen, neen, geen typemachine, die hadden ze nu niet nodig. De chef duwde me op de stoel. Voor mijn neus schoof iemand een bakje vol rommel. De bedoeling was dat ik alle stickers verwijderde. Ja watte. Ik zag meer stickers dan voorwerpen.

Nog onwennig over wat me overkwam, keek ik de zaal rond. Alle vrouwen zaten in hun bakje te rommelen. Ze lachten, ze zongen, maar ik had niet de indruk dat er gewerkt werd. De chef opende de deur op een kier en riep hard: "Mannekes, ik moet even weg, binnen een uur of twee ben ik terug." Zodra de deur dichtviel, leek de hele zaal uit te ademen.

Rechts van mij opende Linda haar schuif. Er lagen sokken in. Een halve wasmand vol. Ik dacht: nu ja, misschien heeft ze koude voeten? In de schuif van Myriam links lag een half breiwerk, met priemen en al, alsof ze hier al jaren woonde. Linda begon zingend sokken te stoppen en Myriam ging breien.

Aan de andere kant van de zaal zag ik een stuk of tien vrouwen in ganzenpas naar de damestoiletten trekken. Ze hadden bundeltjes gerief bij zich en één ervan had zelfs een handdoek rond haar nek geslagen. Ik had uitleg nodig en vroeg de sokkenmadam: "Wat gebeurt er hier?"

Beste lezers, dit is geen fictie. Het is een verhaal dat mijn moeder me vertelde toen ze in de jaren dertig bij Bell Telephone in Antwerpen werkte. De baas, de schuif, de vrouwen, het bakske, de damestoiletten: dat is allemaal waar. Wat niet waar is: mijn moeder was geen typiste en de inhoud van die bakskes was geen stickers maar telefoonmateriaal. Ik weet niet wat ze daar precies mee deden. En die damestoiletten? Awel, daar werd, zoals bij een kapper, haar gewassen, geknipt en in model gelegd. Manicure hoorde er ook bij. De chef wist dat allemaal maar al te goed. Hij liet het gebeuren, met zichtbaar plezier. Zijn snor: millimeterwerk. Zijn handen: zacht als babyhandjes.

Bell was extreem. Maar tussen die vrijheid en de strakgetrokken werkdruk van nu ligt een midden dat we nog altijd missen. Toen kon je even verdwijnen. Nu ben je overal zichtbaar: camera's, logins, meldingen, een baas die altijd weet waar je zit. Altijd bereikbaar, altijd aan. En dat midden, tussen totale vrijheid en totale controle, dat hebben we nodig en daar zijn we nog lang niet.

Share