162. DE KEERBORSTEL.

We slapen beiden als een roos en dommelen dromenland in. We liggen stil naast elkaar. Maar dat vreedzame duurt niet lang. Er zit precies iets in ons bed dat daar niet hoort. Eerst woelen en draaien we wat, allebei half in slaap. Ik denk dat het mijn verbeelding is, een droom die blijft plakken, maar er beweegt iets en hoe stiller ik lig, hoe zekerder ik ervan ben dat er, zoals in een horrorfilm, iets leeft onder ons deken dat daar niet moet zijn.
Vorige week zag ik zeven zwarte paarden in galop over mijn terras op de zevende verdieping lopen. Ik heb toen ook een seconde gedacht: is dit een droom? Neen, kan niet. Dus nu ook: is dit een droom? Neen, kan niet. Dromen zijn bedrog. Maar alle gekheid op een stokje, er zat wel degelijk iets aan onze tenen te knabbelen. Dus geen droom: met tweeën een sprong uit het bed, laken achteruit en dan…
Ja watte, een cucaracha. Zo'n grote, met een rood schild. Het soort dat, als ge erop trapt, een afdruk achterlaat waar ge jaren later nog op kunt frotten tot ge blauw ziet en die niet weg te krijgen is. Alsof dat beest u er altijd wil aan herinneren wat ge met een schepsel van God hebt gedaan. Dat er al eens een muis over ons deken liep, eentje die duidelijk de weg kwijt was, daar maakten we ons niet druk om. Dat was kinderspel vergeleken met dit.
Oh ja, ik vergeet nog te zeggen dat we niet in het Hilton in Antwerpen verbleven of in een groezelig hotelleke aan de kust. Neen, we woonden in het Kimdo Hotel in Saigon in de jaren 1971/1972, een uitgeleefd gebouw, door de Fransen achtergelaten voor de sloop.
En wat die muis betreft: die was natuurlijk niet alleen. Die had een familie te onderhouden en bezocht ons zoals wij een supermarkt bezoeken. Bang? Neen, we waren niet écht bang. De directie verzekerde ons dat waar muizen zitten, er geen ratten zijn. Nu ja… die beesten vielen in de liftkoker en krijsten de hele nacht, een geluid dat akelig veel weg had van een baby die blauw ziet van de honger.
Nu ja, muizen in Saigon, daar zijn we wel even zoet mee geweest. Elke avond, zo rond hetzelfde uur, wanneer we naar de show van Bob Hope keken, de enige Amerikaanse post die we daar binnenkregen, kregen we bezoek. Neen, niet van collega's en ook niet van buren, maar van muizen.
De keerborstel stond altijd gereed. Het ritueel was altijd hetzelfde: Gus begon aan zijn avondronde, alsof hij een afspraak had, en wij namen onze positie in. Ik half achter de kast, porrend tot Gus zijn route vervolgde. Mijn man klaar om dat moedige beestje een zwiep te geven die het niet had zien aankomen, recht naar de overkant van de gang. Soms leek het alsof we ons zorgen maakten als Gus eens niet kwam opdagen, maar zo ver ging het nu ook weer niet.
Tot op een avond onze buurman in pyjama aan de overkant van de gang stond te lachen met ons spektakel. "Allez, is 't weer vanda!" riep hij, alsof het een soort avondvoorstelling was. Tot Gus, in volle vaart, recht de pijp van zijn pyjama in kroop. Hij is nooit meer komen kijken.
En of het waar is of verzonnen… dat laat ik graag aan mijn lezers.
Extra: Het Kimdo Hotel in Saigon (nu Ho Chi Minh City) Nguyen hue 133 - is nu een luxe vier sterren hotel – Boeken kan voor een verblijf – maar niets is nog wat het toen was: een bouwvallig hotel door de Fransen achtergelaten voor de sloop.
