159. DOZEN.

20-06-2026


De laatste jaren lijkt het leven vooral te bestaan uit dozen. We zien ze in het straatbeeld overal opduiken, en ze vermenigvuldigen zich in een tempo waar konijnen nog iets van kunnen leren. Camionetten duiken op uit alle hoeken van de straat. Ze stoppen, starten, keren, blokkeren en droppen dozen die altijd drie maten te groot zijn. Altijd dringend, altijd met voorrang, altijd met een pakket dat tussen acht uur 's morgens en tien uur 's avonds moet geleverd worden. Ze vallen als een parachutist voor de deur, de veranda, de buurvrouw die ik zelfs niet ken, maar die nu al drie weken op mijn pantoffels rondloopt.

Die dozen zijn altijd, maar dan ook altijd groter dan nodig. Een doos waar een pony in past voor een sleutelhanger. Een doos van een halve kubieke meter voor een pakje theelichtjes. En voor een paar pennen, een doos waar ge een minituinhuisje mee kunt bouwen. En dan die opgeblazen plastic zakken die erin zitten, daar zijt ge een halve dag mee zoet om die allemaal open te doen en de lucht eruit te laten of ge hebt tien vuilbakken nodig.

Maar goed, dat is de dagelijkse doos-chaos. Mijn eigen avontuur begon in de telefoonwinkel.

Ik was daar voor iets kleins, een kabeltje, vermoed ik, zo'n ding dat altijd verdwijnt net wanneer je het nodig hebt. De verkoper deed het magazijn open en toen zag ik het: een stapel metalen gsm-dozen. Niet zomaar een stapel, maar een blinkende muur van dozen die niemand wilde en waar ooit telefoons inzaten.

Ik vroeg voorzichtig of ik misschien zo één lege doos mocht hebben. Hij keek op, licht verbaasd, maar vriendelijk. "Jawel, dat is geen enkel probleem. Wilt u er misschien twee?" Ik knikte, waarschijnlijk heel enthousiast, en toen zei hij: "Wilt u ze … allemaal?"

Hij zei het met de opluchting van iemand die eindelijk zijn kelder heeft opgeruimd. Hij maakte een breed gebaar naar de aluminium muur achter hem en zei dat ze alleen maar in de weg stonden. Ik belde mijn man met de boodschap dat hij met de auto moest komen.

Even later stonden we dozen te laden alsof we een gsm-winkel aan het plunderen waren. Meer dan honderd dozen! De auto zat vol tot tegen het plafond. Je zag alleen nog een stuur, twee zijspiegels en een berg blinkend metaal. Er was nog één probleem: ik paste er niet meer bij.

Mijn man keek naar mij, ik keek naar de auto, en we wisten het allebei. "Het is goed," zei ik. "Ik neem wel de bus." En zo reed hij naar huis in een rijdende metalen blokkendoos, terwijl ik achterbleef met mijn kabeltje en een busticket.

Thuis begon het uitdelen. Heel onze familie heeft nu metalen dozen. De scholen van de kinderen ook. Ze staan overal: op vensterbanken, in keukenkasten, op bureaus. Dozen vol potloden, knopen, kaarsjes, kaartjes, schroefjes.

En ik? Ik heb ze allemaal eerst één voor één opengedaan. In de stille hoop dat er ergens nog een vergeten gsm in zat. Maar nee. Wat dat betreft heb ik nooit geluk. Net zoals met Euromillions. Ik ben geen winnaar. Maar ik had wél honderd metalen dozen. En dat is ook al iets.

Share