158. TAMPAX.

13-06-2026


Oh hemel, Frieda, wat voor een stomme fout heb je nu weer gemaakt? Tampax. Neen, hoe komt die X daar in godsnaam achteraan hangen? Geen idee. Ik wil het hebben over Tampa, een stadje in Florida aan de Golf van Mexico, door Trump omgedoopt tot de Golf van Amerika, maar hoe die golf ook heet, Tampa ligt er altijd. En die X, die heeft met mijn verhaal nul komma nul te maken.

Het is niks voor mij om in elk land, stad of dorp een museum binnen te stappen. Zeker niet als de zon volop schijnt. Waarom ik dan toch in de Sunshine State Florida het Salvador Dalí‑museum binnenstapte? Het had zo moeten zijn, denk ik. Het kon gewoon niet anders. Ik dacht dat ik Dalí kende: die olifanten op hoge poten, die smeltende horloges, die eigenzinnige snor die alleen van hem is. Ik wist toen nog niet dat de genialiteit van Dalí veel verder reikte.

In het eerste zaaltje hing The Basket of Bread, een broodmandje. Prachtig levensecht geschilderd, alsof je zo een broodje uit die mand kunt pakken en opeten. Maar er zijn natuurlijk nog kunstenaars die portretten en stillevens maken die levensecht lijken, dat weet ik ook wel. Dat is de valstrik van Dalí: hij schildert de werkelijkheid zó precies dat je vergeet dat ze niet echt is. Dat mandje was er gezet als opwarming.

Want dan kwam ik in de grote zaal en wat ik daar te zien kreeg, daar was ik niet op voorbereid. Neen écht, alleen eraan denken na zoveel jaren, en kippenvel steekt de kop op. Ik ga proberen te vertellen wat ik daar zag en ik ga proberen de magie die ik daar ervoer met jullie te delen.

The Hallucinogenic Toreador!

Het doek van zijn hand, drie op vier meter, vult de hele zaal. Eerst zie je tientallen Venusbeelden (28 totaal – ik heb ze zelf niet geteld) netjes gerangschikt. Ik stond ervoor en zag Venus-figuren, rijen en rijen van de Venus van Milo. Nu ja, venus figuren, okay, dacht ik, maar de magie begon toen ik verder wandelde.

Ik wist niet wat me overkwam. Ik had zoiets nog nooit gezien of ervaren. Uit de plooien, uit de schaduwen, uit de kleuren die ik daarnet nog niet eens had opgemerkt, verscheen een gezicht, het gezicht van een toreador. Niet geschilderd als een portret, maar opgebouwd uit alles wat ik dacht dat los van elkaar stond. Hij was er ineens. En tegelijk was hij er altijd al geweest.

Ik weet niet meer hoeveel keer ik over en weer gelopen heb. Ik kon het bijna niet geloven. Ik moest naar rechts, dan naar links, en dan weer naar rechts en…. hoe kan dat nu, één en hetzelfde schilderij, twee verschillende beelden die tevoorschijn kwamen, naargelang de plaats waar ik stond. Het is Dalí zelf die de choreografie had geschilderd voor mijn ongelooflijke ervaring.

Het rare aan dit werk is dat het niet te pakken valt op papier. Een foto is ofwel het ene of het andere. Het schilderij leeft van beweging. Je moet erlangs lopen, dichterbij, verderaf en dan pas verschijnt hij, de toreador (Manolete – de beroemdste toreador van Spanje, in 1947 in de arena gespietst door de stier Islero). Ik moet hier ook zijn eeuwige muze, Gala, vermelden, die in bijna al zijn werken opduikt. Bij Dalí blijft de grens tussen verbeelding en werkelijkheid altijd openstaan. Sinds die dag weet ik dat een schilderij niet alleen iets is om naar te kijken, maar iets dat je kan overkomen, en dat besef draag ik nog altijd mee.

"En voor wie ooit in de buurt komt: The Dalí Museum in St. Petersburg verdient een plekje op uw bucketlist. Al was het maar om te zien hoe een schilderij u te slim af kan zijn." 

Share