157. AFSCHEID.

06-06-2026


Beste lezers,

Ik heb afscheid genomen van een toestel dat in de loop van 33 jaar meer heeft meegemaakt dan sommige mensen in drie huwelijken en twee carrières. Mijn droogkast, 33 jaar oud, heeft zich 33 jaar kapot gewerkt voor mijn gezin.

Beste droogkast, je kwam bij ons wonen toen de kinderen nog klein waren. Je hebt modder, zand, choco, ketchup en vieze dingen gezien. Je hebt babyrompertjes, peuterbroekjes, kakbroeken en hoodies zien passeren. Toen de jeansbroeken van die grote gasten eraan kwamen moest je harder en langer werken. Maar je draaide en bleef draaien, soms zelfs tot na middernacht om het allemaal gedaan te krijgen. Je wist van geen ophouden. Eigenlijk moest ge net als de vakbond voor mensen, en GAIA voor dieren, ook een syndicaat hebben.

Overwerken, uren draaien, dag en nacht, zonder vakanties zonder rust, er is niks op deze wereld dat blijft werken en werken en werken, tja tot erbij dood gevallen wordt natuurlijk. En toen werd je na zo'n twintig jaar travakken ziek.

Er werd een nieuwe amortisseur besteld en blij dat je was. Maar de afgang was begonnen. Nadien kon je deurtje niet meer dicht, maar dan kreeg je van ons een kleurig lint om je bak, je leek toen op een duur kerstcadeau alhoewel het midzomer was.

Ook de plastiekjes aan de binnenkant om alles op zijn plaats te houden brokkelden af, de stukjes verzamelden zich tussen het wasgoed en uiteindelijk bleef er een beddenlaken tussen de haakjes hangen die je hele lijf deed daveren en deed draaien als een versleten betonmolen. Ik heb die plastiekjes er dan maar afgeknipt. Niet uit kwaadheid, maar uit medelijden.

Senioren hebben het nogal eens moeilijk met hun evenwicht, jij ook, dus ik bond je met touw, rond je middel, vast aan de wasmachine eronder. Want eerlijk, ik vreesde dat ergste, dat je van de hoogte naar beneden zou tuimelen en de badkamer ruïneerde. Oudjes worden tenslotte ook vastgebonden om ze tegen zichzelf te beschermen.

En dan, de laatste keer, hoorde ik bonken, maar écht heel luid bonken, en dat was jij. Het was een lawaai, een gegrom zoals een dier dat voelt en dat weet, dat zijn einde nabij is of wil uitbreken omdat de pijn te erg is.

Maar, ik gooide je nog niet weg, neen niet naar het stort, maar naar het containerpark. Je wordt daar uit elkaar gehaald. Schroef per schroef, motor eruit, trommel apart, metaal gerecycleerd en herboren als grondstof. Je wordt misschien een fiets of een verkeersbord of wie weet wat je nog allemaal kan worden.

Ik kon niet anders, ik had graag gewild dat je dit niet moest meemaken, maar toen de nieuwe kast in blinkend wit met een digitale display werd binnengereden, zag ik je bijna denken:

"Schoon kind, maar ze heeft nog niks meegemaakt. En ik, ja dat zou ik wel willen: een fiets zijn, want hela, daar ga ik dan een wereldreis mee doen, ver van huis, ver van natte was, ver van honden en kattenpluizen, ver van zware dekbedden en kussens die van mijn gestel veel te veel eisten. Een fiets! Hallo laat die witte madam hier maar gaan overuren draaien, altijd op hetzelfde, donkere plekje in de kelder. Ik ben niet jaloers want ik word zo maar gratis en voor niks een fiets en een buitenleven in de zon. Wow."

En nu, lieve vriend, laat ik je gaan met een weemoedig hart, maar als er eens een fiets voorbijkomt met een ritme dat ik herken, dan weet ik dat gij het zijt. Na 33 jaar in de kelder moogt ge eindelijk uit uw grot komen. Verrijs maar, word die fiets, en zoek het licht op. Bedankt, oude vriend, moge uw nieuwe leven even lang duren als uw dienst aan ons.

Share