155. NOOIT ECHT WEG.

23-05-2026


Goh moeke, ik sta hier voor de spiegel mijn haar te doen en plots zie ik het: ik ben al 82 jaar. Dat had jij misschien niet gedacht, maar ik ook niet. Toen ik 73 werd, voelde dat als een barrière die ik moest overwinnen, want zowel voor pa als voor jou was die leeftijd het einde van jullie wereldse bestaan. Geloof me, ik heb diep gezucht toen ik 74 werd. En neen, ik heb niet geluisterd toen jullie riepen: "Frieda, kom, we hebben je hier nodig." Moeke en pa, ik ben nog niet klaar.

Er is te weinig gezegd tussen ons, en dat steekt. Vragen over vroeger kan ik alleen nog terugvinden in stoffige archieven met droge gegevens: geboren, gehuwd, overleden, kinderen, woonplaats, stop. Liefde, kommer en kwel, ruzies, kleine en grote verhalen… die staan daar niet in. Over wie jij écht was, bijvoorbeeld. Toen je stierf, dacht ik dat al mijn vragen beantwoord waren, maar ik heb me schromelijk vergist.

Je hebt in je leven hard gewerkt, en ik heb dat niet genoeg geapprecieerd. Een huishouden én een Electro-winkel runnen… de middenstand van toen was niet te vergelijken met die van nu. Vanaf het ochtendgloren tot zonsondergang was de winkel open. Altijd, behalve op zondag, maar zelfs dan hielp je klanten. Ik zie je daar nog staan: altijd bezig, altijd vooruit, glimlachend, en al die pijntjes en verdrietjes netjes verborgen voor de buitenwereld en op het einde van elke dag stond er elke avond warm eten op tafel. Hoe jij dat klaarspeelde?

En dan Pa die de auto volstouwde bij de groothandel, lusters, strijkijzers, lampen tot er geen plaats meer voor jou was. Jij zocht dan dapper je weg naar huis met het openbaar vervoer, terwijl hij met de volle auto terugreed. Thuis alles uitpakken, installeren, prijzen berekenen… En ik, snotneus die ik was, dacht dat ik het zwaarder had met kantoorwerk. Wat wist ik toen van jouw bezorgdheid, jouw zorgen, jouw kracht. Te weinig, veel te weinig. Daar moest ik toch wel een ongelooflijke snotneus voor zijn.

En toen viel je alleen. Jullie gouden jubileum net niet gehaald. Na zoveel jaren samen werken, samen ploeteren, samen lief en leed delen, moest je het ineens alleen redden. Dat is je vijf jaar gelukt. Toen je met een polsbreuk bij ons kwam herstellen, zag ik je genieten van de warmte en gezelligheid van een groot huishouden. Onze boxer Flasch hield je gezelschap wanneer wij uit werken waren. Hij lag aan je voeten, volgde je overal, alsof hij wist dat je iemand nodig had die gewoon aanwezig was. Dat heeft je meer deugd gedaan dan wij toen beseften.

We wisten niet dat dit onze allerlaatste maand samen zou zijn. Na mijn werk samen in de zetel, een aperitiefje, een babbeltje over alledaagse dingen. Jij met je arm in het gips, ik al denkend aan de aardappelen die nog moesten worden geschild. Ik had meer tijd voor je moeten maken.

Pa werd enorm gemist. Dat hoefde niemand te zeggen, dat voelde iedereen. Een team dat gehalveerd is… jij in de winkel, pa op de bouw. Dat is geen team meer, dat is eenzaamheid en herinneringen aan betere tijden. Zijn hoest werd lang gezien als het gevolg van jaren roken en steenslijpen, een combinatie die zijn longen langzaam deed dichtslibben. Toch hebben jullie samen nog enkele prachtige jaren gehad, overwinterd in Benidorm, waar jullie genoten van warmte en rust.

Je bent niet dood zolang er iemand aan je denkt. Wees gerust: jullie zijn voor mij springlevend. Er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat ik denk aan kleine dingen die toen geen betekenis hadden, maar nu een plaatsje hebben gekregen in mijn dagelijks leven.

Jullie dochter Frieda.

YouTube: Vader Abraham – Bedankt Lieve Ouders. (1973).

Share