152. BROOD EN SPELEN.

Ik sta in het midden van de arena van het wereldberoemde Colosseum in Rome. Ik kan 360 graden rondkijken. De zon brandt op mijn rug, heet zand stuift rond mijn voeten. Een uitzinnige massa vaders, moeders en joelende kinderen zitten op de tribunes. Ze zingen, ze schreeuwen en zwaaien met allerlei kleurige doeken. Ze brullen mijn naam alsof ik een rockstar ben.
Hoog bovenaan de tribunes, onder een golvende zonnewering, zit keizer Titus volledig in het wit gedrapeerd en met een gouden lauwerkrans op zijn hoofd. Zijn familie zit naast hem, roerloos, alsof ze uit marmer gehouwen zijn. Hij is de pater familias van het gepeupel van Rome. Ik heb nog nooit zoveel volk bij mekaar gezien. Na een eeuwigheid staat de keizer statig, langzaam recht. Hij heft zijn armen breed omhoog en roept met luide stem: "Ludi incipiant!" In het Vlaams is dat: 'Laat de spelen beginnen'.
Het wordt muisstil. Achter mij hoor ik een metalen hek met geweld openslaan. Ik draai me om. Mijn adem stokt. Daar staat hij: een leeuw, niet die van Waterloo, maar een échte, een uitgemergelde, trillende, hongerige versie van de brullende MGM-leeuw. Ik kan zijn ribben zien. Hij laat een schor, wanhopig gebrul ontsnappen. Zijn ogen zijn hol en branden van woede en honger. Hij heeft waarschijnlijk al weken geen eten gezien. En hier sta ik. Een brok mensenvlees met een zwaardje dat meer wegheeft van een aardappelschillertje. Het volk begint te roepen: "Occide! Bestiam! Occide! Occide!"
De leeuw zet een stap vooruit en dan nog een en dan neemt hij de start naar voren. Ik zet me schrap, benen uiteen, zwaardje geklemd, ogen tot spleetjes en trillende knieën. Ik denk aan een scène uit een film waarin de held een beer doodt: wacht tot hij springt en dan precies op het juiste moment, bam, het zwaard recht in zijn hart steekt. Ik hou me klaar. Het is nu een kwestie van timing. Nu, … opletten, … nog even wachten, … hij springt en ja, … nu, … mijn patatschillertje tussen zijn ribben, recht in zijn hart. Hij valt dood als een pier met zijn volle gewicht op mijn borst. Het licht gaat uit.
Wanneer ik mijn ogen open, zie ik hoofden boven mij hangen. Iemand zegt: "Ze heeft een zonneslag." Een ander: "Haal haar uit de zon. Heeft iemand hier water?"
En dan verandert het hete zand in fris gras. De zonnewering wordt een stadiondak. Het gepeupel verandert in supporters met vlaggen en sjaals. De keizer wordt een scheidsrechter in het geel. De leeuw wordt een spits die op mij afstormt. En ik? Ik sta nog steeds klaar, benen uiteen, ogen tot spleetjes, maar dit keer met voetbalschoenen aan. De gladiator wordt een verdediger. De arena wordt een voetbalveld. De strijd blijft dezelfde. "Occide! Occide!" wordt nu "SCOOOREN! SCOOOREN!" Dezelfde honger naar spektakel. Dezelfde drang naar bloed, figuurlijk nu. Duim omhoog van de keizer is een rood kartonneke en in plaats van helmen en schilden lopen de voetballers hier met gel in hun haar en sneakers aan hun voeten. Maar winnen, dat is is het allerbelangrijkste.
Quote: Andere tijd, ander decor, maar de honger naar brood en spelen zal nooit veranderen.
YouTube: Gladiator – Russell Crowe.
YouTube: De ontdekking van het voetbal - 3.19 minuten grappige info over het ontstaan van voetbal.
