151. HET GAT.

25-04-2026

Holala, een gat? In wat? In mijn broek? In mijn portemonnee? In het ozongat? In de begroting? In mijn geheugen? Ik kan zo nog wel even doorgaan. Maar het ziet ernaar uit dat een 'gat' nooit iets leuks is. Tenzij ik met mijn gat in de boter val. Het leven lijkt soms één grote verzameling gaten waar ik kan invallen, over struikelen of waar mijn geld, mijn tijd of mijn waardigheid vrolijk in verdwijnen.

En dan heb ik nog de meer persoonlijke varianten. Mijn gat kan in brand staan. Ik kan op mijn gat blijven zitten, maar dat mag niet: luiheid is het oorkussen van de duivel. Ik kan een gat in de lucht springen, maar meestal spring ik ernaast. En als ik pech heb, heb ik ook nog een gat in mijn hand, waardoor al mijn geld vrolijk het ruime sop kiest. Mijn verhaal hier gaat over een écht gat in de muur.

Ik ben met moeke en pa op bezoek bij tante Jeanne en nonkel Frans. We zitten aan de keukentafel en ze zeggen niks, ze fluisteren, zodat ik het bijna niet kan horen. Ik zit op vaders schoot en speel met de rits van zijn pullover: omhoog, omlaag, omhoog, omlaag… tot ineens het velletje van zijn adamsappel ertussen zit. "Het is nu wel genoeg zeker, blijf van die rits af!" Ik laat meteen los en blijf stokstijf zitten. Ik spits mijn oren. Ze praten over een linnenkast, nieuwsgierige buren, een gat, een geheim, een estapo of iets dat erop lijkt. Het is heel serieus, want ik hoor ze geen enkele keer lachen, en dat is niet normaal: anders wordt er altijd plezier gemaakt en worden er verhaaltjes verteld.

Die kast en dat gat droeg ik mee naar huis en na enkele dagen zat ik er nog altijd mee. Ik dacht bij moeke een antwoord te krijgen, maar toen ik over dat gat van tante Jeanne en nonkel Frans begon, zuchtte ze diep en lang. Ze nam me stevig bij de arm, ze deed me zelfs een beetje pijn en fluisterde dat ik aan niemand iets over dat gat mocht zeggen. Tja, en dan wist ik nog niets.

Ik ga op onderzoek. Onze linnenkast staat op de overloop. Daar lagen propere handdoeken, washandjes en beddenlakens. Daar staat de strijkplank, het strijkijzer en de wasmand. Verder is er geen gat te zien. Ik ben heel teleurgesteld.

Het is pas veel later, de oorlog was toen al voorbij, dat mijn moeder vertelde dat pa opgeëist was door de Duitsers en dat er een gat achter de wasmand was gekapt, voor het geval de Gestapo ons huis 's nachts zou binnenvallen. Ineens begreep ik het gefluister, de angst voor verklikkers en de ernst van de situatie. En ik ben blij dat ik nooit heb moeten weten hoe het had kunnen aflopen.

Extra:

Niet echt een gat in de muur maar een gat in de emmer! YouTube: Harry Belafonte – There 's a hole in the bucket.

Share