149. VERZAMELINGEN.

Ik ben slecht in wiskunde, altijd al geweest. Tafels van buiten leren, optellen, aftrekken en vermenigvuldigen, dat lukte nog net. Maar vraagstukken oplossen, dat was een bittere pil. En ik was niet alleen, we waren met velen, vrolijk wiskundeknobbel‑loos. Lag het aan de leerkracht? Dat ga ik niet beweren, die mensen krijgen al genoeg bagger over zich heen. Ik neem de schuld volledig op mij.
Jaren later dacht ik mijn kinderen te kunnen helpen met hun wiskunde, eerste, tweede, derde leerjaar, hoe moeilijk kon dat zijn? Tot ze thuiskwamen met een nieuw systeem: verzamelingen. Een wonderbaarlijk systeem dat zo simpel was als een zachtgekookt eitje, behalve voor mij dan. Ik stond erbij, keek ernaar en voelde me opnieuw dat onnozeltje dat in wiskunde de logica niet vond. Toen niet en nu nog niet.
Maar er zijn plezantere verzamelingen. Champagnecapsules bijvoorbeeld, daar word ik vanzelf vrolijk van. Of plastrons, bierpotten, egeltjes, suikerzakjes, luciferdoosjes, sleutelhangers, hondjes, noem maar op. De mens verzamelt graag: kasten vol, huizen vol, en altijd op jacht naar dat ene laatste dingetje om de collectie 'compleet' te maken.
En dan is er nog dat ene café 'De Dulle Griet' in Gent waar ik ooit binnenstapte. Daar hangen oude pispotten aan het plafond. Een bont allegaartje boven je hoofd, alsof je in een soort sanitair planetarium zit. Iedereen drinkt daar rustig zijn pint terwijl ik alleen maar dacht: 'Als hier één vijzeke loskomt, heb ik een erfstuk op mijn kop.' En voor alle duidelijkheid: neen, ge kunt daar niet uit een pispot drinken. Het zou de ervaring compleet maken, maar kijken Is ook leuk. "Och, die Dulle Griet toch: een café in Gent, een schilderij in Antwerpen, een vrouw die de hel binnenstormt, een gevaarlijk koppig donker bier en dan de echte Dulle griet, die koppig weigert braaf te zijn en mannen enkel tolereert als ze niet in de weg lopen."
Maar bon, mensen verzamelen nu eenmaal. Tot het huis vol staat, de kasten kreunen en de zoldervloer lichtjes doorbuigt. En dan komt vroeg of laat die ene gedachte: als ge er zelf niet meer zijt, wie moet dat allemaal sorteren?
Gelukkig heb ik zelf ook een verzameling, mijn blogs. Ze nemen geen plaats in, ze verstoffen niet, ze vallen niemand op het hoofd en mijn erfgenamen moeten er niet mee naar het containerpark. Ideaal eigenlijk: een collectie ideeën die alleen maar groeit, zonder dat er ooit een kast voor moet worden bijgezet.
En als ik ooit écht iets begin te verzamelen, laat het dan vredesduiven zijn, gedragen door drones, honderden, duizenden, miljarden, een oneindige zwerm die blijft opstijgen, blijft gloeien, blijft zingen. Niet één keer, niet twee keer, maar eindeloos tot de boodschap van vrede zo helder door de hemel trekt dat niemand ter wereld er nog aan kan weerstaan.
