148. MANNEKEN PIS.

Wij Vlamingen hebben een boontje voor 'mannekes'. We zeggen het tegen elkaar, tegen onze kinderen en soms zelfs tegen onszelf: "Allez mannekes, doe eens voort." Maar 'Het Manneke' van Jef Cassiers, dat kwam uit een tijd (1960) waarin we nog op het dak stonden te zwaaien met een TV‑antenne tot het beeld ophield met sneeuwen.
En dan viel hij binnen: 'Het Manneke', een meterslange, versleten sjaal, een scheef hoedje en die blik van "zeg, wat doe ik hier eigenlijk?" Hij deed bijna niks. Hij keek wat rond, vocht met zijn paraplu met een eigen karakter en heel Vlaanderen lag dubbel. Niet omdat het zot was, maar omdat het zo herkenbaar was. Het typetje van Cassiers was een schot in de roos omdat hij toonde wat we allemaal soms zijn: een sukkelaar die probeert recht te blijven in de kleine chaos van elke dag.
Het typetje van Jef Cassiers is nu een noot in de geschiedenisboeken. Maar we hebben nog een ander heel beroemd manneke dat, net zoals de Zeemeermin in Kopenhagen, massa's toeristen aantrekt en dat is: MANNEKEN PIS.
Hij staat op zijn sokkel op een straathoek in Brussel en ziet met lede ogen hoe zijn stad verloedert, hoe zijn stad in chaos verzinkt, hoe moorden en aanslagen als een dikke sluier van angst over zijn stad hangen. En dat Manneken heeft het tegenwoordig moeilijk. Door het oorlogsdecor in Brussel blijven de toeristen met hun selfiesticks weg en dat is voor het Manneken ondenkbaar. Zoals elke Belg die zich miskent voelt, heeft hij beslist om te staken.
Paniek bij het stadsbestuur. De beste techniekers van 't land krijgen een oproepbevel en moeten het probleem stante pede oplossen. Nieuwe leidingen, kranen vervangen, doorspoelen van leidingen tot een lief babbeltje met het Manneken, het mag niet baten. 'Manneken Pis' pist niet, geen druppel. De techniekers begrijpen er niks van. Tot het in Brussel weer normaal wordt, blijft hij koppig staan want zelfs een bronzen ventje van 55 cm heeft zijn limiet.
En nu staat hij daar te staken, ons Ketje, fier in zijn speciaal stakerskostuumpje dat iemand hem waarschijnlijk in alle haast heeft aangetrokken. Een fluohesje dat drie maten te groot is, een petje dat scheef over zijn kopje hangt en aan zijn nek een kartonnen plakkaatje: "Ik pis ni". En zijn plassertje lijkt nu meer op een symbolisch protestfluitje dat koppig weigert dienst te doen. We moeten het hem zelfs nageven, zelfs zonder straal blijft hij de grootste kleine van 't stad.
Manneken Pis – Praktisch. 'Manneken Pis' staat op de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat, op enkele stappen van de Grote Markt. Het bronzen beeldje uit 1619 is één van de bekendste symbolen van Brussel en krijgt regelmatig een nieuw kostuum aangetrokken.
Wie zijn volledige garderobe wil ontdekken kan terecht in het Garderobe Manneken Pis, het officiële museum waar meer dan duizend kostuumpjes worden bewaard en tentoongesteld. Het museum bevindt zich in de Eikstraat 19, op korte wandelafstand van het beeldje.
