144. KUSSEN.

MAG IK JE KUSSEN? MAG IK JE KUSSEN?
Ik hoor het jullie al zeggen: Frieda is het noorden kwijt. Maar nee hoor, ik heb dat expres twee keer gezet. Want dezelfde zin kan compleet iets anders betekenen.
"Mag ik je kussen?" vraag ik boos en dwingend aan mijn zus, want die is kwaad op mij. Waarom, dat weten we niet meer, zoals dat gaat bij familieruzies: ze beginnen om niks en eindigen in alles. Ze voldoet meteen aan mijn vraag en zwiert haar hoofdkussen met een theatrale boze zwaai over het bed mijn richting uit.
En dan begint het: een wild heen‑en‑weer gekatapulteer van hoofdkussens. Ik mik zo hoog en zo hard ik kan. Hoofdkussens zijn geen projectielen die de vijand uitschakelen. Ze laten hoogstens wat pluimen los en voor we 't weten dwarrelt de slaapkamer vol alsof het binnen aan het sneeuwen is. Maar we geven niet op. Integendeel, we beginnen er net plezier in te krijgen. Pluimen in ons haar, op de grond, in de lucht, het wordt plezanter met de minuut: onze vaste vredesonderhandelingen, ze werken altijd.
En dan komt ons moeder binnen. Dan is het meteen gedaan met de pret en is onze ruzie in de kiem gesmoord. Ik zou het iedereen aanraden. Misschien een ideetje voor onze wereldleiders: doe eens een kussengevecht. Wij twee weten al langer dat het werkt.
En dan is er nog de tweede: "Mag ik je kussen?" die niet om een hoofdkussen vraagt maar om een heel ander soort landing. De soort waarbij je geen pluimen in je haar krijgt, maar misschien wel vlinders in je buik.
Waarom kussen we eigenlijk? Waarschijnlijk omdat we nog altijd een beetje op apen lijken: die tonen affectie door elkaars vlooien te zoeken. Wij hebben geen vlooien, allez dat hoop ik toch, dus daarom zijn we maar gaan kussen. Affectie, dat willen we toch allemaal.
En waarom soms maar één kus? Twee kan ook, één op elke wang, maar dan wel langs de juiste kant beginnen of het wordt een botsing. Drie kussen? Prima. Vier, vijf, zes, zeven… waar stopt het? We kunnen zelfs met onze neus kussen, al doe je dat beter niet met een snotneus.
In onze familie wordt er amper gekust. Daarom hing ik vorig nieuwjaar een mistletoe in de dubbele deurstijl. Mijn idee heeft niet gewerkt. De familieleden gleden langs de zijkant naar binnen alsof ze een laserstraal moesten ontwijken. Maar goed… vroeg of laat krijg ik ze wel te pakken. (Rechtzetting: ik heb geen zus maar ik kon dit verhaal niet schrijven zonder haar. Een kussengevecht in mijn eentje? Hoe dan?
Quote: Waar kussens vliegen, lachen de harten.
