138. JIP EN JANNEKE.

Jaarmarkten in de Rupelstreek, elk dorp zijn eigen driedaagse. Dorpsfeesten om "U" tegen te zeggen, niet omdat ze zo select waren, maar omdat iedereen erbij hoorde: rijk of arm, jong van hart en rijk aan dromen, op klompen of zondagse schoenen, dokwerker of winkelier, met wortels in de klei of net gearriveerd. De jaarmarkt was van Jan en Alleman.
Het dorp kreeg die dagen een andere kleur, een ander gezicht: blijheid, vrijheid en een overweldigend groepsgevoel. Dat was te horen en te zien in cafés, wijnkelders, optredens en kermissen. Maar ons dorp had iets dat geen enkel ander dorp had: een prijs van het gemeentebestuur voor de mooiste versierde etalage.
Wij hadden een elektrozaak die in niets te vergelijken was met de grote ketens van tegenwoordig. Alle middenstand was kleinschalig en niemand moest ons dorp uit om aankopen te doen. Natuurlijk waren er grotere winkels met meer potentie. Die konden beroep doen op een professionele etalagist en waren van hun overwinning zo goed als zeker.
Wij, mijn moeder en ik, lieten ons niet van ons stuk brengen. Prijs of niet, wij deden mee. Lakens in alle kleuren, geel voor Pasen, rood voor Nieuwjaar, elk seizoen had zijn eigen tint om de etalage op te fleuren. Nadien lagen diezelfde lakens op onze bedden, getekend door de zon met afdrukken van wat er had opgestaan: strijkijzer, lamp, koffiemachine, broodrooster, scheerapparaat enzovoort.
Aanvankelijk deed mijn moeder de etalage alleen, maar al snel mocht ik meehelpen. Later werd het zelfs een bezigheid waarin ik me volledig kon uitleven. Toen sloeg als een bliksemschicht op heldere hemel een idee neer waar nog lang over zou nagepraat worden: muizen!
Witte muizen, twee gezelschapsdieren die ik 'Jip en Janneke' had gedoopt. Als ik van school kwam, mochten ze los op de keukentafel lopen terwijl ik mijn huiswerk maakte. Ze kriebelden mijn arm of mijn nek en waren altijd in de weer. Wat als we die muizen nu eens in de etalage zouden laten wonen?
We maakten een afgezette hoek waar ze vrij konden rondlopen, zetten er een grote pot korrels bij en bedachten een wedstrijd. Niet wie de mooiste etalage had, maar wie de meest bekeken etalage had. Toeschouwers mochten raden hoeveel gram korrels de muisjes samen zouden opeten. Wie het juiste aantal noteerde, won een spoetnik‑luster met gekleurde bollen, helemaal in de mode sinds het Atomum van 1958, waarvan die bollen symbool stonden voor vooruitgang en moderniteit.
En of we succes hadden! Er stond altijd volk voor onze etalage, want daar was iets te zien dat de andere etalages niet hadden: schattige muisjes die elk uur een andere show opvoerden. Elke avond na sluitingstijd poetste mijn moeder de ramen aan de buitenkant om de vuile kindervingertjes weg te wissen en de volgende dag opnieuw met een propere ruit te beginnen. Jip en Janneke kregen dan een nieuwe voorraad korreltjes.
Mijn moeder was een echte zakenvrouw, maar ook een sociaal mens. Elke avond haalde ze de briefjes uit de brievenbus en klasseerde ze zorgvuldig. Niet de persoon die het juiste aantal gram had opgegeven, maar een arme familie uit ons dorp die dolblij was met die chique moderne luster voor hun povere eetplaats. En dat was misschien wel de grootste kracht van onze etalage: ze bracht mensen samen, met een glimlach, muisjes en een flinke portie zakelijk én sociaal instinct.
Verduidelijking: "Jip en Janneke" zijn in dit blog de namen van mijn huisdieren en niet gerelateerd aan de originele personages uit de boeken van Annie M.G. Schmidt.
YouTube: Rudi Carrell met de Damrakkertjes – Een muis in een molen in mooi Amsterdam.
